zondag

It's My Life - a band with an attitude

Tin Machine (1989 – 1992)

David Bowie: leadzang, gitaar, saxofoon
Reeves Gabrels: gitaar, zang
Tony Sales: basgitaar, zang
Hunt Sales: drums

'...Like most good bands, they are, superficially at least, a fairly ill-assorted bunch. ‘

De broertjes Sales (drummer Hunt waterstofperoxide blond, zwaar getatoeëerd en bassist Tony, leren jasje, zwarte vetkuif) vormen samen het prototype van een klassieke rock ritme-sectie. Veteranen van Iggy Pop’s begeleidingsband, oude maatjes van Steven Jones (ex-Sex Pistols). Ergens begin 1988 lopen ze in Los Angeles David Bowie tegen het lijf. “Hey, wanna get a band together?”
Bowie kent de broertjes nog van vroeger, van de opnames van Iggy Pop’s Lust for Life (1977). En Bowie zit er zelf eigenlijk een beetje doorheen met zijn carrière. De lange en succesvolle Glass Spider-tour zit er bijna op, maar hij heeft er geen lol meer in. Zijn enorme commerciële succes in de jaren tachtig heeft van hem een main-stream artiest gemaakt. Hij hoort al lang niet meer tot de avant-garde van de popmuziek, hij is wat dat betreft aan alle kanten ingehaald. Bowie neemt een ferm besluit: “wanneer de tour erop zit is it time for something completely different”. Hij wil in een bandje spelen.

Tin Machine: vlnr Hunt Sales, Tony Sales, Reeves Gabrels, David Bowie

Tony en Hunt voelen er wel wat voor. En een gitarist is ook snel gevonden. De PR-medewerkster van Bowie’s entourage laat hem een tape horen met daarop het grungy gitaarspel van haar echtgenoot, Reeves Gabrels. Bowie vindt het wel iets hebben, ze maken een afspraakje en het klikt. Samen schrijven ze in Los Angeles een paar songs. Bowie maakt eerst de Glass Spider-tour af (het Verre Oosten, Australië). En dan is het tijd voor het volgende project. Bowie, de Saleses en Gabrels ontmoeten elkaar in Montreux en Tin Machine wordt geboren. Dat gaat niet zonder slag of stoot. De jongens moeten wel een beetje aan elkaar wennen.
Bowie called in the Sales Brothers. Assembling in Montreux to record at the casino (yes indeedy, the Smoke-On-The-Water one), the Saleses put the amiable, professorial Gabrels through hell. "Their attitude", chuckles Gabrels, "was kind of, he is David Bowie, we are the Sales brothers, who the fuck are you?" Every time Gabrels was due to play, a Sales would hit the talkback button and make a demand which directly contradicted whatever the previous one had been. They would ask him to play like Buddy Guy, or like Jimmy Page. Finally, Gabrels went Krakatoa. In rather more emphatic language than is his custom, he informed the assembled company that he would play his part his way, and then - and only then - would he entertain suggestions. He got a standing ovation, and Tin Machine was in business.

Tin Machine

Bowie doet een enorme stap terug, van mega-wereldster tot frontman in een obscure beginnende grunge-band. Tin Machine ontwikkelt een totaal eigen geluid, met een eigen repertoire. Geen Let’s Dance, geen Ashes to Ashes, geen “Heroes”. In de studio in Montreux nemen ze veertien songs op voor een eerste album, Tin Machine I. En in mei 1989 komt dat album uit. Tin Machine doet een korte tour om het project te promoten. Op 31 mei treden ze voor het eerst op, in New York. Vier heren in maatkostuum, overhemd, stropdas, Bowie met een baard van zeven dagen. En ze spelen hard! Tin Machine speelt rock ’n roll met een hoofdletter R. De pers weet niet goed wat ze ermee aan moeten. En ook het publiek eigenlijk niet. Het album verkoopt in Engeland (#3) en Amerika (#28) redelijk. Maar dat is vooral vanwege alle publiciteit. De recensies zijn namelijk gemengd. Maar toch, aan het einde van het jaar kiest het Britse Q-magazine het album in de lijst met 50 beste albums van het jaar.

Sound + Vision

In 1990 verkoopt Bowie zijn back-catalogue aan EMI. De maatschappij besluit om samen met het Amerikaanse label Rykodisc alle Bowie-albums opnieuw uit te brengen op cd. En Bowie besluit dat dit dé gelegenheid is om voor eens en altijd afscheid te nemen van zijn oude solo-werk. Hij begint aan een uitgebreide zeven maanden durende greatest hits-tournee, Sound + Vision. 108 shows in 24 landen. Tin Machine gaat even op een laag pitje.

Tin Machine II

Wanneer de buitengewoon succesvolle wereldtrip erop zit, wordt het weer tijd voor Tin Machine. In maart 1991 komt de band in Los Angeles weer bij elkaar voor het tweede album, dat in september uitkomt. De recensies bij het verschijnen zijn zo mogelijk nog extremer dan die van het eerste album. NME geeft het veel sterren, maar de meerderheid van de recensenten vindt het helemaal niks. De verkoopcijfers zijn dramatisch: #23 in Engeland, #126 in Amerika!

Aan mij ging het in die tijd allemaal voorbij; ik volgde het al lang niet meer.

It's My Life

Tin Machine gaat nu ook breeduit toeren. Van oktober 1991 tot februari 1992 trekt de It’s My Life-tournee de wereld rond. Noord-Amerika, Europa, Australië, terug naar Europa, terug naar Noord-Amerika, Japan. Ze presenteren zich nu nog meer als een band met een attitude, ronduit grof. Tony Sales en Bowie lopen tijdens een persconferentie rond met een t-shirt met daarop “Fuck you, I’m in Tin Machine”. Op 17 februari is de laatste show, in Tokio.

Hunt Sales’ overmatige drugsgebruik is er de oorzaak van dat het niet meer verder gaat. In de loop van het jaar komt er nog een concert-video uit van een optreden in Hamburg (Oy Vey, Baby) en een live-cd onder dezelfde titel met opnames gemaakt in Chicago, Boston, New York, Sapporo en Tokio. Maar dan wordt het stil. Bowie heeft het in interviews nog wel over een volgend album, maar dat komt er niet meer. Bowie besluit dat het weer eens tijd is voor wat anders. De samenwerking met Reeves Gabrels krijgt nog wel een paar jaar een vervolg, maar de broertjes Sales zien of horen we niet meer terug.
"It was kind of like the way bands form on a local level," opines Gabrels, "where people meet in a coffee bar or in a club. Except that it was New York, London, LA ... we met in a world cafe."

terugblik

In retrospectief wordt Tin Machine beschouwd als een artistiek mislukt project. Hetzelfde Q-magazine dat Tin Machine I koos in de lijst met beste albums van 1989 verkoos zeven jaar later ditzelfde Tin Machine I in de lijst met “Fifty Albums That Should Never Have Been Made“. Melody Maker stelt in 1999 een lijst samen met de worst albums of all time en Tin Machine I staat op 17. Harry de Winter noemt Live: Oy Vey, Baby het slechtste album ooit gemaakt. Zo zie je maar, smaken verschillen. Ik luister er graag en vaak naar.

----- Discografie Tin Machine -----

albums

  • Tin Machine (1989)
  • Tin Machine II (1991)
  • Live: Oy Vey, Baby (1992)

singles

  • Under The God (1989)
  • Maggie's Farm (1989)
  • Prisoner of Love (1989)
  • Heaven's In Here (1989)
  • You Belong in Rock 'N' Roll (1991)
  • Baby Universal (1991)
  • One Shot (1991)

3 opmerkingen:

jack zei

Ik moet toch eens wat gaan luisteren van deze mannen. Ik heb dat lang geleden wel eens geprobeerd.
Wat ik me ervan herinner, dat het een hoop lawaai was, maar dat is al zeker 10 jaar geleden.
Met het verstrijken der jaren wordt men milder in z'n oordeel, dus een herkansing is best wel weer op z'n plaats.
Verder wordt ik ook steeds nieuwsgieriger naar Without you I'm Nothing van Placebo ft. David Bowie, dat bij Franz' LastFM op eenzame hoogte bovenaan prijkt!!

Ir. Marcus Koperslager zei

Voor "Without You I'm Nothing", klik hier.

Anoniem zei

tin machine,wat nou slecht.ze behoren na al die jaren nog steeds tot mijn favorieten aller tijden.een sfeer die mij nooit verveeld.diepgang zoals interpol.tja..kennelijk hebben veel mensen niet dat zendertje in hun hoofd,wat die klasse kan bevatten.tijdloos goed.en die teksten,waanzinnig.ze hadden gewoon iets.i'm a prisoner of love!